Naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op |20 artikelen|4 rubrieken

Mountainbiken

Met meer controle door bochten en afdalingen

In een bocht schiet je voorwiel weg, of op een afdaling knijp je zo hard in de remmen dat je de controle verliest. Met een stabiele houding, vooruitkijken en oefenen op passend terrein rijd je zulke stukken met meer beheersing.

Door Joost Verhagen · · 3 min leestijd

Mountainbiker in helm scheurt bergaf, scherp in bocht op modderig bospad

Bochten en afdalingen vragen niet om één vaste truc: de ondergrond, helling en bocht bepalen hoeveel grip je hebt en hoe je je gewicht verplaatst. De basis is wel steeds hetzelfde: blijf beweeglijk op de fiets, kijk naar de route die je wilt volgen en kies je snelheid voordat het lastig wordt. Hieronder lees je hoe je die uitgangspunten toepast en stap voor stap oefent, zonder een technische passage te forceren.

Waardoor verlies je controle in een bocht of afdaling?

Vaak komt dat door een combinatie van te veel snelheid, laat remmen en naar het obstakel kijken in plaats van naar de ruimte waar je heen wilt. Ook een stijve houding maakt het moeilijker om terreinverschillen op te vangen. Je fiets moet onder je kunnen bewegen, terwijl je armen en benen licht gebogen blijven.

Begin daarom niet met harder rijden, maar met een tempo waarop je je lijn kunt kiezen en bijsturen. Op losse, natte of wortelige ondergrond is minder grip beschikbaar; dezelfde bocht vraagt daar om een lagere snelheid dan op een droge, vlakke trail. De KNWU beschrijft vooruitkijken en een beweeglijke houding als onderdelen van de basis voor bochten en afdalingen in zijn uitleg over mountainbiketechniek.

Welke houding helpt bij bochten en afdalingen?

Sta op de pedalen met je knieën en ellebogen licht gebogen. Houd je handen ontspannen aan het stuur en je gewicht in balans, zodat je fiets kan bewegen zonder dat je bovenlichaam verstijft. Kijk verder vooruit dan alleen het stuk direct voor je voorwiel. In een bocht richt je je blik op de uitgang; op een afdaling scan je de lijn en de ondergrond die eraan komt.

In een vlakke bocht leun je de fiets in de draai en houd je je lichaam stabiel. Op een kombocht kan de schuine wand steun geven, maar ook daar moet je snelheid passen bij de bocht. De KNWU benoemt vooruitkijken, het lage buitenste pedaal en gecontroleerd meeleunen als aandachtspunten voor bochtentechniek. Beschouw die punten als uitgangspunten, niet als vaste houding voor elk type bocht.

Bij een afdaling sta je uit het zadel, met beide voeten op de pedalen en je armen en benen als vering. Verplaats je lichaam zo nodig naar achteren bij steile stukken, maar hang niet automatisch ver achter het zadel: dan kan het lastiger worden om de voorkant van de fiets te sturen. Volgens Fietssport helpt het om de afdaling vooraf in te schatten, je snelheid aan de steilte aan te passen en beide remmen gedoseerd te gebruiken.

Wanneer rem je en welke lijn kies je?

Rem vóór de bocht om je snelheid terug te brengen. Kijk tijdens het draaien naar de lijn die je wilt rijden en houd ruimte om kleine correcties te maken. Hard of abrupt remmen midden in een bocht kan grip kosten, zeker op losse ondergrond. Helemaal niet remmen is ook geen doel: als je snelheid niet beheersbaar voelt, neem je de bocht langzamer of kies je een andere lijn.

Kies op een afdaling een spoor dat je daadwerkelijk kunt volgen en controleer wat erna komt. Een lijn die er van bovenaf snel uitziet, is niet automatisch de veiligste; wortels, stenen en scherpe bochten kunnen de beschikbare ruimte beperken. Op een gedeeld pad houd je rekening met andere gebruikers en blijf je op je eigen helft als het pad daarvoor bedoeld is.

Hoe oefen je de techniek stap voor stap?

Begin op een brede, overzichtelijke plek met een lichte bocht of glooiing. Oefen eerst één onderdeel tegelijk: ontspannen staan, vooruitkijken, je snelheid vóór de bocht regelen of je fiets gecontroleerd laten kantelen. Herhaal dezelfde passage rustig en verander pas iets als je de beweging kunt beheersen.

Ga daarna naar een iets uitdagender bocht of afdaling. Bekijk de passage vooraf, let op de bodem en bepaal waar je eventueel kunt stoppen. Verhoog je snelheid niet automatisch na een geslaagde poging; herhaal eerst de beweging met dezelfde controle. Als het terrein nat, beschadigd of druk is, kies dan een ander oefenmoment of een eenvoudiger stuk. Meer basisvaardigheden vind je bij beter leren mountainbiken.

Waaraan merk je dat je vooruitgaat?

Let niet alleen op snelheid. Je rijdt vooruit als je vaker de gekozen lijn houdt, minder onverwacht hoeft te remmen en na een bocht klaar bent voor het volgende stuk. Je moet je voeten op de pedalen kunnen houden en je handen ontspannen genoeg om de fiets te sturen. Als je steeds verstijft, je wiel blokkeert of je blik naar een obstakel wordt getrokken, verlaag dan je tempo en maak de oefening eenvoudiger.

Een geslaagde afdaling is er een die past bij jouw vaardigheid en de omstandigheden. Je hoeft niet elke passage rijdend af te leggen: afstappen, de lijn bekijken en een rustiger alternatief kiezen horen ook bij gecontroleerd mountainbiken.

Veelgestelde vragen

Moet je in een bocht altijd je buitenste pedaal laag houden?

Op veel vlakke bochten en kombochten helpt het om je buitenste pedaal laag te houden: zo kun je druk op de fiets zetten en stabiel blijven. Houd je pedalen op een hobbelig of technisch stuk liever horizontaal als je anders met een pedaal de grond kunt raken. De situatie en de bodem bepalen dus welke positie passend is.

Is het verstandig om je achterwiel te laten slippen om sneller te draaien?

Meestal niet. Een blokkerend wiel verliest grip en een slip maakt het lastiger om je lijn te houden. Het kan bovendien de ondergrond beschadigen. Richt je op gecontroleerd remmen en een snelheid waarbij je de bocht kunt volgen. Als je wiel toch wegglijdt, probeer dan niet abrupt extra te sturen of hard te remmen.

Wat doe je als een afdaling boven je niveau voelt?

Stop op een veilige plek en bekijk het pad, de bochten en eventuele obstakels. Als je twijfelt of je de afdaling beheerst, stap dan af en loop naar beneden. Dat is veiliger dan jezelf dwingen om te rijden. Oefen later op een korter of minder steil traject, waar je de bewegingen rustig kunt herhalen.

In de rubriek Mountainbiken