Naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op |20 artikelen|4 rubrieken

Trainingskampen en coaching

Zo bouw je gericht op naar een lange MTB-tocht

Een tocht van 60 tot 100 kilometer vraagt meer dan vaak fietsen: je moet lang kunnen blijven trappen én omgaan met klimmen, onverharde ondergrond en vermoeidheid. Met een haalbare weekindeling bouw je die combinatie stap voor stap op.

Door Joost Verhagen · · 5 min leestijd

Man op mountainbike stopt op bospad om uit bidon te drinken, zonnig weer

Hoeveel training je nodig hebt, hangt af van je huidige basis, de tijd die je beschikbaar hebt en het terrein van de tocht. Een vlakke route van 60 kilometer vraagt iets anders dan een technische marathon met veel hoogtemeters. Begin daarom niet bij een vast aantal trainingsuren, maar bij wat je nu comfortabel aankunt. Vanuit dat vertrekpunt kun je je ritten geleidelijk verlengen, gerichter trainen en controleren of je ook na langere inspanning nog goed rijdt.

Welke onderdelen maken een schema geschikt voor jouw tocht?

Kijk eerst naar de route: afstand, hoogtemeters, ondergrond en technische moeilijkheid bepalen waar je voorbereiding om vraagt. Bij een lange, glooiende tocht is duurvermogen belangrijk; op een route met steile hellingen en technische passages tellen ook kracht, rijvaardigheid en herstel tussen inspanningen mee.

Noteer vervolgens hoeveel dagen je realistisch kunt trainen en hoe lang je nu comfortabel fietst. De KNWU adviseert beginnende mountainbikers om hun duurconditie rustig op te bouwen en waarschuwt dat te veel kilometers in korte tijd de kans op overbelasting vergroten. Volgens de bond kun je trainingszones ook op gevoel toepassen als je geen hartslag- of vermogensmeter hebt, zoals uitgelegd in de informatie over starten met mountainbiken.

Maak van afstand niet je enige meetpunt. Een lange rit op vlak asfalt is niet hetzelfde als even lang rijden op een technisch parcours. Let ook op hoe je je voelt tijdens en na de rit, of je tempo beheerst blijft en of je op ruwe stukken nog veilig kunt handelen.

Hoe verdeel je duur, intensiteit en techniek?

Een bruikbaar schema combineert drie soorten prikkels: rustige ritten om langer te kunnen fietsen, een gerichte inspanning om tempo of klimvermogen te oefenen en mountainbikeritten waarin je techniek onderhoudt. Niet iedere week hoeft alle trainingen zwaar te maken. Rustige dagen en rustdagen geven ruimte om de trainingsbelasting te verwerken.

Als praktisch startpunt kun je je week zo indelen:

  • Eén rustige rit: fiets op een tempo waarop je de inspanning goed beheerst. Verleng deze rit geleidelijk als je huidige afstand comfortabel voelt.
  • Eén gerichte training: oefen bijvoorbeeld korte beklimmingen of gecontroleerde tempo-inspanningen, met rustig fietsen tussendoor. Houd de totale training passend bij je ervaring.
  • Eén mountainbikerit: besteed aandacht aan bochten, remmen, klimmen en het kiezen van een lijn. Maak deze rit niet automatisch zwaar; techniek oefenen kan ook op een ontspannen tempo.
  • Herstel: plan rust of een lichte rit wanneer je merkt dat vermoeidheid zich opstapelt.

Dit is een raamwerk, geen verplicht weekschema. Fiets je maar twee keer per week, combineer dan een rustige langere rit met een gevarieerde MTB-rit. Kun je vaker trainen, voeg dan niet meteen meer intensiteit toe: extra rustige tijd op de fiets kan beter passen dan nog een zware sessie.

De KNWU merkt op dat schema’s gemiddelden zijn en dat fietsers verschillen in niveau en trainingsbelasting. Ook British Cycling benadrukt in zijn trainingsinformatie dat herstel bij de opbouw hoort en dat je niet week na week alleen maar duur en intensiteit moet verhogen. Gebruik die principes om de opbouw aan je eigen agenda en reactie op training aan te passen.

Kies je voor een vast schema of een flexibele aanpak?

Een vast schema geeft structuur en helpt je trainingen vooraf in te plannen. Het werkt vooral goed als je al regelmatig fietst en weet hoe je lichaam op verschillende inspanningen reageert. Een flexibel schema is geschikter wanneer werk, gezin of weer vaak roet in het eten gooien: verplaats dan een training of laat een sessie vervallen in plaats van gemiste belasting later in te halen.

Train je graag met cijfers, dan kun je hartslag of vermogen gebruiken om inspanning te volgen. Wie die apparatuur niet heeft, kan trainingen ook sturen op gevoel, bijvoorbeeld door rustige ritten duidelijk te onderscheiden van inspanningen waarbij praten lastiger wordt. Meer over die afweging lees je bij trainen op hartslag en vermogen.

Een voorbeeld van een gepubliceerd MTB-marathonschema van British Cycling laat zien hoe een plan duurtraining, een sessie op de mountainbike en techniekwerk kan combineren. Dat is een voorbeeld, geen universeel voorschrift: het plan is volgens de aanbieder bedoeld voor rijders met een bestaande trainingsbasis en ervaring met gestructureerde training. Baseer je eigen planning dus niet uitsluitend op het aantal trainingen of uren uit andermans schema.

Hoe bouw je de voorbereiding stap voor stap op?

Begin met een eerlijke nulmeting: welke rit kun je nu comfortabel voltooien, en hoe voel je je later die dag en de volgende dag? Kies daarna een haalbaar aantal trainingsmomenten en leg die in je agenda vast. Verleng vooral de rustige ritten geleidelijk; verhoog niet tegelijk de duur én de intensiteit van al je trainingen.

Voeg vervolgens doelgerichte inspanningen toe als je al regelmatig fietst. Oefen op terrein dat lijkt op je evenement en gebruik langere ritten om te ontdekken wat voor tempo je lang kunt volhouden. Denk ook aan praktische zaken zoals drinken, eten, kleding en fietsafstelling. Test die tijdens trainingen, niet voor het eerst op de dag van de tocht.

Plan lichtere dagen wanneer je herstel daar om vraagt. Sla je een training over, probeer die dan niet automatisch in te halen door twee zware sessies dicht op elkaar te zetten. Houd bij hoe de ritten voelden en pas je planning aan als je vermoeidheid aanhoudt of je normale trainingen steeds moeilijker worden. Een coach of trainingskamp kan helpen als je persoonlijke feedback of een trainingsblok in een andere omgeving zoekt; weeg daarbij af wanneer begeleiding bij je past.

Waaraan merk je dat je klaar bent voor de tocht?

Een enkele lange training bewijst niet dat je de tocht probleemloos zult uitrijden. Kijk naar het patroon over meerdere weken: kun je je geplande ritten meestal voltooien, herstel je voldoende en houd je op onverhard terrein controle wanneer je moe wordt? Dat zijn bruikbare signalen om je voorbereiding te beoordelen, al geven ze geen garantie voor de omstandigheden op de dag zelf.

Controleer ook of je een realistische verwachting hebt van de totale inspanning. Op technische trails kan een afstand meer tijd kosten dan op de weg, en weersomstandigheden of terrein kunnen het tempo beïnvloeden. Pas zo nodig je doel aan: comfortabel finishen is iets anders dan een bepaalde tijd nastreven.

Als je moeite hebt om trainingen met je werk of gezin te combineren, steeds zelfde klachten ervaart of niet weet hoe je belasting moet aanpassen, kan individuele begeleiding helpen. Wie zelfstandig traint, kan het schema eenvoudiger houden: regelmatig fietsen, afwisselen tussen rustig en doelgericht werk, techniek onderhouden en herstel serieus nemen. Dat geeft je een controleerbare basis om naar 60 tot 100 kilometer toe te werken.

Veelgestelde vragen

Hoeveel weken heb ik nodig om voor een MTB-marathon te trainen?

Dat hangt af van je huidige conditie, je ervaring met lange ritten en de afstand en zwaarte van het evenement. Een schema van een vast aantal weken past dus niet automatisch bij iedereen. Kies een voorbereiding die begint op jouw niveau en genoeg ruimte laat om rustig op te bouwen. Als je nog geen lange ritten gewend bent, geef jezelf meer tijd dan wanneer je al regelmatig meerdere uren fietst.

Moet ik tijdens de voorbereiding precies dezelfde afstand fietsen als de tocht?

Niet per se. Je hoeft de volledige afstand niet als training af te leggen, maar het is wel nuttig om geleidelijk langere ritten te maken en te ervaren hoe je lichaam en concentratie daarop reageren. Oefen ook op terrein dat lijkt op de tocht. Zo test je tempo, materiaal en wat je onderweg nodig hebt, zonder van elke training een wedstrijd te maken.

Kan ik mijn trainingen op een racefiets of indoortrainer doen?

Een racefiets of indoortrainer kan helpen om je algemene duurvermogen of geplande inspanningen te trainen. Die vervangt niet helemaal het mountainbiken: op trails oefen je ook met sturen, remmen, klimmen en je inspanning aanpassen aan wisselende ondergrond. Houd daarom, als het kan, regelmatig een rit op je mountainbike in je week.

Wanneer is begeleiding door een fietscoach nuttig?

Begeleiding kan nuttig zijn als je niet weet hoe je training bij je agenda en niveau past, als je gericht wilt werken aan een zwak punt of als je steeds vermoeid aan je trainingen begint. Een coach kan de belasting afstemmen en bijsturen op basis van je reactie. Voor een recreatieve tocht kan een eenvoudig, flexibel schema ook volstaan, zolang het aansluit op je huidige basis.

In de rubriek Trainingskampen en coaching